Nieuws

 

Tekst fimpje

Waar Jezus naar op zoek was, was het koninkrijk van God, maar wat hij kreeg, was de kerk. Dat is een citaat van een theoloog dat vaak wordt aangehaald. En er zit wat in. Jezus zelf sprak met mensen aan de oevers van een meer, op straat bij mensen in huis. En als hij dan een keer in de tempel kwam, gooide hij de tafels van de wisselaars opzij en kreeg hij ruzie met de priesters.

Je kunt je dus afvragen: hebben we die kerkgebouwen en die hedendaagse priesters echt wel nodig? Dat is niet zomaar een theoretische vraag, maar een vraag die de komende 20 jaar van groot belang wordt, als de ontkerkelijking zich doorzet. Veel mensen zeggen tegenwoordig wel te geloven, maar daar de kerk niet voor nodig te hebben. Hebben ze daar misschien gelijk in?

 

In het Joodse geloof van Jezus werd het belang van gebouwen en personeel overigens altijd al gerelativeerd. Profeten als Amos hielden niet op te beklemtonen dat het God gaat om de mens. Ja, sterker nog: al die religieuze feesten en al dat offeren konden God gestolen worden.

Toen de eerste tempel werd verwoest door de Babyloniërs, gaven de Joden hun geloof gewoon opnieuw vorm en vonden ze de synagoge uit. Niet meer offeren, maar elke week samen de verhalen uit de Bijbel lezen.

En toen eeuwen later ook de tweede tempel door de Romeinen werd verwoest en de Joden over de hele wereld verspreid raakten, haalden de Joden hun geloof hun huiskamers in. Als je niet meer naar de synagoge kon gaan, kon je nog wel thuis de sabbatskaarsen aansteken en Pesach vieren. Kortom: ook als Jood heb je de tempel en de priester niet nodig om te geloven.

 

De kerk heeft de omgekeerde beweging gemaakt als het Jodendom. Daar waar de Joden hun tempel noodgedwongen verlieten en hun geloof in huis gingen beleven, werd de christelijke kerk rond het jaar 300 staatskerk. Opeens kreeg de kerk beschikking over prachtige basilieken, kregen bisschoppen en pausen aanzien en macht. De kerk ging allerlei zaken behartigen waarvan wij nu vinden dat die bij de overheid horen. De kerk hield de bevolkingsadministratie bij, bouwde scholen en ziekenhuizen en bestuurde, bijvoorbeeld hier vanuit de abdij, een hele provincie.

Niet dat iedereen het daar altijd mee eens was. Door de eeuwen heen zijn er mensen geweest die protesteerden tegen de macht en de pracht van de kerk. Zo was er rond 1200 in Italië een rijke jongeman die voelde dat het Jezus nooit om al die rijkdom te doen kon zijn geweest. Ik heb het over Franciscus. Toen hij een keer in een kerkje aan het bidden was voor een kruisbeeld, hoorde hij Christus tegen hem zeggen: ‘herstel mijn kerk, want ze is in verval’. Franciscus dacht dat hij dat letterlijk moest interpreteren en deed wat de kerk in zo’n geval altijd als eerste gaat doen: restaureren. Hij kocht stenen en cement en begon het kerkje te herstellen. Maar na een tijdje realiseerde hij zich dat Jezus het niet over een restauratie had, maar over een ander herstel van de kerk. Franciscus begon een beweging van broeders en zusters die Jezus wilden navolgen in zijn zoektocht naar het Koninkrijk van God. Ze gingen leven in armoede en wilden leven ten dienste van de medemens.

 

Hier in Zoutelande herinnert deze Willibrordbron eraan hoe het christendom hier begonnen is. Willibrord kwam hier ergens aan land en begon in zijn eentje te prediken. Net als Jezus had hij geen gebouw, geen macht, maar alleen maar een verhaal waarmee hij rondtrok.

Misschien gaat de kerk dus wel weer verder zoals ze ooit begon. Dan zou de huidige crisis in de kerk wel eens achteraf echt een kans blijken te zijn geweest.

 

Maar hoe zal de kerk er over pakweg 20 jaar dan uitzien? Dat kan niemand zeggen, maar een paar dingen weten we wel. Ze zal een lichte, wendbare vorm hebben. Ze zal te maken hebben met mondige mensen – ze zal dus niet vanuit een bepaalde machtspositie spreken. Ze zal vooral een beweging zijn en niet een instituut. En ze zal als beweging zich ongetwijfeld gaan herbronnen en herontdekken waar het Jezus om begonnen was: een zoektocht naar het Koninkrijk.

 

Er bestaan zelfs al namen voor deze kerk van de toekomst: liquid church - vloeibare kerk – of emerging church - opkomende kerk. In de beweging van de emerging church, de opkomende kerk, zeggen ze: het zal niet een kerk zijn waar je naar toe gaat, maar een kerk die je bent. Don’t go to the church, be the church. Kerk-zijn zal niet meer iets zijn van een uurtje op zondag, maar zal vooral beleefd worden op maandag op school, op dinsdag op het werk, op woensdag in de eetgroep, op donderdag in vrijwilligerswerk, op vrijdag in het filmhuis en op zaterdag misschien wel op het strand.

 

Terug naar start >

 

 

Tussen 1 mei en 1 juli had ds.Aarnoud van der Deijl studieverlof. Het onderwerp van zijn studie was: zou je kerk kunnen zijn zonder instituut, of met zo min mogelijk instituut?

De achtergrond van deze vraag zal u vermoede-lijk duidelijk zijn. De ontwikkelingen in religieus Nederland vallen te kenschetsen als: veel interesse voor religie en spiritualiteit, maar afnemende kerkelijke betrokkenheid.

In alledaagse mensentaal: ‘Ik geloof wel, maar daar heb ik de kerk toch niet voor nodig?’

 

Het verslag van deze studie heeft hij ook op video vastgelegd.

 

 

Ook omroep Zeeland TV heeft aandacht besteed aan het resultaat van de studie. Klik hier om dit nieuwsitem te bekijken

 

Studie verslag “Is de kerk nog nodig”